Bijwerkingen

Als gevolg van de bestraling treden meestal ook bijwerkingen op. De bijwerkingen worden hoofdzakelijk bepaald door:

  • de plaats van de bestralingsvelden;
  • de bestralingsduur;
  • de bestralingsdosis;
  • klachten, die u had voor de start van de behandeling;
  • de combinatie van bestraling met andere behandelingen.

Algemene bijwerking: vermoeidheid

Patiënten die bestraald worden, kunnen zich vermoeider voelen dan anders. Wij raden u daarom aan tijdens de weken dat u bestraald wordt meer te rusten dan gewoonlijk. Het dagelijks heen en weer reizen naar een bestralingsafdeling is op zichzelf al vermoeiend. Ook na een behandeling kunnen patiënten nog last hebben van vermoeidheid. Dit is echter zeer persoonlijk en vaak afhankelijk van de totale behandeling.

Vermoeidheid kan een lichamelijke oorzaak hebben, bijvoorbeeld als gevolg van te weinig rode bloedcellen in het bloed of een gebrek aan eiwitten. Daarnaast kunnen psychische en emotionele oorzaken een rol spelen bij vermoeidheid. Uw behandelend arts kan u hierover adviseren.

Als u tijdens de behandeling behoefte heeft over uw vermoeidheid te praten, kunt u terecht bij de medewerker patiëntenservice. De medewerker kan u ook adviseren hoe u met de vermoeidheid om kunt gaan.

Specifieke bijwerkingen

De specifieke bijwerkingen, die afhangen van het gebied dat bestraald wordt, zijn onder andere:

  • reactie van de huid;
  • haaruitval (op de plaats van de bestraling, zoals bijvoorbeeld bij een schedelbestraling);
  • misselijkheid;
  • heesheid en droge mond (bij een bestraling van de mond of keel);
  • slikklachten (bij een bestraling van de slokdarm);
  • diarree (bij een buikbestraling);
  • pijnklachten.

Huidreactie

Door de bestraling kan de huid in een bestralingsveld een reactie vertonen. Dit is niet altijd het geval. Uw arts zal met u bespreken of er een huidreactie verwacht wordt en in welke mate. Er kan ook een huidreactie optreden aan de achterzijde van het lichaam (rug), terwijl bijvoorbeeld het bestralingsveld staat aangegeven op de voorzijde (borstwand). Vraagt u bij twijfel aan uw behandelend arts of aan de laborant waar de huidreactie te verwachten is.

Als er een reactie van de huid optreedt, begint dit met roodheid, meestal twee tot drie weken na de eerste bestraling. Dit gaat vaak gepaard met jeuk en een branderig gevoel. Bij patiënten met een gevoelige huid kunnen deze verschijnselen eerder optreden. Het kan ook zijn dat er nauwelijks veranderingen te zien zijn van de huid. Na de roodheid kan de huid donkerder verkleuren door versterkte pigmentatie. Een enkele keer ontstaan er blaren: op die plaats gaat de huid open. Huidreacties zijn het sterkst in huidplooien, bijvoorbeeld de liezen, de oksels en de bilnaad. Doorgaans genezen de reacties binnen vier tot zes weken, zelfs als de huid open is gegaan. Soms blijft de huid donkerder van kleur.

Voor gericht huidadvies kunt u terecht bij de medewerkers Patiëntenservice.

Huidverzorging tijdens de behandeling

Bij jeuk kunt u van uw arts een crème krijgen om deze te verminderen. Bij twijfel kunt u ook contact opnemen met de medewerker Patiëntenservice. Zij kan u, eventueel in overleg met de arts, adviseren. Als de huid open gaat, is altijd advies van uw arts nodig U krijgt dan adviezen over de verzorging en behandeling. Dit gebeurt vaak in samenspraak met de medewerker Patiëntenservice. Zij kan u, als u op de afdeling bent, ook helpen met het verzorgen van de open huid.

Tijdens de bestralingsperiode kunt u zich douchen, maar kunt u niet in bad. Het is geen probleem als er zeep over de bestraalde huid stroomt. U mag deze plekken echter niet met zeep wassen. Wij adviseren u de huid zorgvuldig te drogen, deppend met een zachte handdoek. Dus niet te veel wrijven op de plaats van de bestraalde huid.

Huidverzorging na de behandeling

Na de laatste bestraling is het niet zo dat direct herstel van de huid optreedt. De effecten van de bestraling zullen nog een tijdje (ongeveer twee weken) voortduren. Voor de huid betekent dit dat de roodheid of de eventuele open plekken niet meteen zullen genezen. Aan het einde van de behandeling krijgt u adviezen mee over de verzorging van uw huid. Als de huid intact is gebleven, kunt u de huid twee weken na de behandeling weer wassen met zeep. Het is belangrijk de bestraalde huid vettig te blijven houden met een ongeparfumeerde crème of met babyolie.

De bestraalde huid blijft meestal gevoelig bij aanraken. Ook kan er met name bij wondjes eerder een infectie van de huid optreden. Vraag zo nodig advies aan uw arts van de afdeling Radiotherapie via de medewerker patiëntenservice.

Advies

  • De op uw huid aangegeven bestralingsvelden/lijnen zijn van belang voor het goed uitvoeren van de bestraling. Het is daarom belangrijk dat deze zichtbaar blijven tijdens de bestralingsperiode. Als u twijfelt, kunt u de laborant om informatie vragen.
  • Was de bestraalde huid niet met zeep. Het is geen probleem als tijdens bijvoorbeeld het haar wassen zeep op de bestraalde huid komt. Spoelt u dan wel goed af.
  • Gebruik niet te warm of te koud water bij het douchen.
  • Dep de bestraalde huid droog met een zachte handdoek, niet wrijven.
  • Gebruik geen deodorants of andere geparfumeerde crèmes in het bestraalde gebied.
  • Vermijd stugge, schurende en knellende kledingstukken. Ruime katoenen kleding heeft de voorkeur.
  • Krab bij jeuk niet aan de huid die wordt bestraald. Gebruik bij jeuk de voorgeschreven crème of overleg met uw arts.
  • Plak geen pleisters op de bestraalde huid tijdens en vlak na de bestralingsperiode.
  • Scheer bij bestraling in het gezicht uitsluitend elektrisch (droog) en gebruik geen aftershave.
  • Bij bestraling in de nabijheid van de bilnaad kunt u na iedere ontlasting de bilnaad het beste afvegen met een oliedoekje en/of zacht toiletpapier. U kunt zich ook met de handdouche afspoelen.
  • Stel tijdens de behandeling het deel van de huid dat wordt bestraald niet bloot aan direct zonlicht of aan ultraviolette straling van een zonnebank.
  • U mag rustig in de zon, maar vermijd ook na herstel van de huid langdurige blootstelling van de bestraalde huid aan zonlicht. Gebruik een zonnebrandcrème met een hoge beschermingsfactor. Ook voorzichtigheid met een zonnebankkuur blijft gewenst.
  • Vraag bij twijfel over verzorging van wondjes advies aan uw huisarts of specialist.

Haaruitval

Als u wordt bestraald op een plaats waar haargroei is, kan het haar uitvallen. Een voorbeeld is de behaarde hoofdhuid bij een schedelbestraling. Enkele maanden na afloop van de bestraling begint het haar meestal weer te groeien, maar de kwaliteit van het haar is vaak verminderd. Dit betekent dat het haar dunner en slapper kan zijn dan voor de behandeling. Hoe lang de periode van herstel is, hangt af van de totale dosis straling en van de normale groeikracht van uw haar.

Advies

Bij haaruitval kunt u een pruik gebruiken. Het is belangrijk deze voor de behandeling aan te schaffen, zodat de kleur bepaald kan worden aan de hand van uw eigen haarkleur. De ziekenfondsen en de meeste ziektekostenverzekeraars vergoeden de kosten van een pruik. De medewerker patiëntenservice kan u behulpzaam zijn bij het aanvragen van de vergoeding. Ook kan zij u helpen aan adressen waar pruiken verkrijgbaar zijn.

Misselijkheid

Deze klacht hangt sterk af van het gebied waar u bestraald wordt. De meeste patiënten zullen echter in het geheel niet misselijk worden. Als u klachten van misselijkheid heeft, meldt u dit dan bij de laborant of de medewerker patiëntenservice. De medewerker zal dit met uw arts overleggen. Voor de misselijkheid kunt u een medicijn krijgen dat de klachten vermindert of zelfs doet verdwijnen. Meestal verdwijnen de klachten ook vanzelf ongeveer twee weken na afloop van de bestralingsbehandeling.

Heesheid

Heesheid kan optreden als de keel in het bestraalde gebied ligt. Het is van tijdelijke aard en gaat meestal na de bestraling over.

Droge mond

Bij bestraling van de mondholte kunt u last krijgen van een droge mond en een verminderde smaak. Hierdoor ontstaat meestal tegenzin in eten. Toch moet u proberen zo goed mogelijk te eten en voldoende te drinken. De mondverzorging wordt dagelijks gedaan door een mondhygiënist.

Slikklachten

Het optreden van slikklachten is een normale bestralingsreactie als de hals of slokdarm mee bestraald wordt. Ook hier geldt: goed blijven drinken en eten. Dit laatste eventueel met aangepaste voeding.

Adviezen bij slikklachten

  • Niet roken
  • Geen alcohol gebruiken
  • Geen koolzuurhoudende dranken gebruiken
  • Geen specerijen gebruiken
  • Geen hard voedsel gebruiken zoals broodkorsten, rauwkost, noten, etcetera
  • Zacht voedsel gebruiken zoals puree, fijngemaakte groenten, eventueel potjes babyvoeding, vla, etcetera
  • Bij slijmvorming geen melk of vla gebruiken, maar karnemelk en yoghurt
  • Laat uw eten eerst afkoelen

Bovenstaande adviezen zorgen ervoor dat uw slijmvlies minder geïrriteerd raakt. Eventueel kunt u na overleg met uw arts een verwijzing krijgen naar een diëtist.

Diarree

Als de darmen in het bestraalde gebied liggen, raakt het darmslijmvlies geïrriteerd. Hierdoor kan diarree ontstaan. Om dit zo veel mogelijk te voorkomen regelen wij voor u een afspraak met een diëtist voor een voedingsadvies. Mocht u toch nog klachten krijgen, dan kunt u contact opnemen met de medewerker patiëntenservice.

Algemeen voedingsadvies

  • Het is belangrijk dat u voldoende vocht gebruikt. Dit houdt in: buiten de maaltijden om ongeveer 1,5 liter vocht per dag drinken.
  • Indien u geen eetlust hebt, kunt u beter geen grote porties nemen. Het is beter wat vaker per dag kleinere hoeveelheden te nemen.
  • Voor sommige bestralingsbehandelingen krijgt u advies van een diëtist. Ook kunt u altijd advies vragen indien u dit wenst. De medewerker Patiëntenservice kan een afspraak voor u maken bij een diëtist. De bestralingstijd kan hierop aangepast worden.
  • Goed samengestelde voeding tijdens de bestralingsbehandeling is belangrijk om in een goede conditie te blijven en uw gewicht te handhaven.
  • Soms is het nuttig het voedingsadvies nog enige tijd na de bestraling te blijven volgen.
  • Indien u alternatieve voeding gebruikt, is het wenselijk dit te melden.