Voorbereiding op de bestraling
Tijdens de bestraling worden de stralenbundels nauwkeurig gericht op een orgaan of een deel van uw lichaam. Om het te bestralen gebied vast te stellen wordt de behandeling met een röntgentoestel eerst gesimuleerd (nagebootst). Hiervoor legt de radiotherapeutisch laborant u in een bepaalde houding en vraagt u stil te blijven liggen. Soms wordt ter ondersteuning van uw houding gebruikgemaakt van hulpmiddelen, zoals kussens. Een andere manier om de bestraling voor te bereiden is het maken van een CT-scan in de behandelhouding. Deze CT-scan wordt op de afdeling Radiotherapie gemaakt (niet op de afdeling Radiologie). Voor een stabiele ligging is in sommige gevallen het maken van een masker noodzakelijk.
Wanneer de voorbereiding bestaat uit een PET-CT scan dan vindt dit plaats op de afdeling Nucleaire Geneeskunde & Moleculaire Beeldvorming (Langstraat 1).
De voorbereidingen vereisen een grote zorgvuldigheid en controle. Daarom vindt de eerste bestraling meestal niet op dezelfde dag plaats. Bij sommige technisch eenvoudige bestralingen kunnen alle voorbereidingen en controles direct uitgevoerd worden en kan de bestraling mogelijk wel dezelfde dag worden gegeven. Indien ingewikkelde berekeningen nodig zijn, start de behandeling enkele dagen later.
Wat kunt u zelf doen tijdens de voorbereiding?
- Proberen te ontspannen.
- Zo veel mogelijk stil in dezelfde houding blijven liggen. Als dit niet lukt, probeert u dan aan te geven waarom het niet gaat. De laboranten zullen u behulpzaam zijn om, indien mogelijk, u in een gemakkelijker houding neer te leggen.
De voorbereidingen zijn niet voor iedere patiënt gelijk. Welke voor u gelden is in het eerste gesprek met de radiotherapeut besproken. De voorbereidingen kunnen bestaan uit verschillende stappen:
- Eventueel het vervaardigen van een masker (afdeling Radiotherapie)
-
Het aftekenen van het te bestralen gebied op:
- de simulator (afdeling Radiotherapie), of
- de CT-scan (afdeling Radiotherapie), of
- de PET-CT-scan (afdeling Nucleaire Geneeskunde & Moleculaire Beeldvorming) - Het ontwerpen van een individueel bestralingsplan op maat met behulp van een computer (hiervoor hoeft u niet aanwezig te zijn).
Het masker (stap 1)
Bij een bestraling van hoofd of hals wordt gebruikgemaakt van een masker. Dit masker zorgt ervoor dat tijdens de bestraling uw hoofd altijd in dezelfde positie ligt. De lijnen die nodig zijn om u elke keer precies te kunnen positioneren, worden op het masker aangetekend in plaats van op de huid in het gezicht.
Het masker is gemaakt van kunststof. Dit materiaal wordt verwarmd in warm water, waardoor het zacht en elastisch wordt en precies naar de vorm van uw hoofd en/of uw hals kan worden gevormd.
Nadat het materiaal over het gezicht is aangebracht, is dit even warm aan het gezicht. De kunststof moet dan afkoelen tot kamertemperatuur. Dit neemt ongeveer vijf minuten in beslag. U ligt gedurende deze tijd dus onder het masker. Tijdens de vijf minuten kunt u via uw neus en uw mond blijven ademhalen. Na die tijd blijft het masker in de vorm uw hoofd en schouders staan.
Het maken van het masker kan op twee tijdstippen gebeuren, namelijk direct na het eerste gesprek met uw radiotherapeut of voorafgaand aan de simulatie of (PET)CT-scan.
Het aftekenen van het te bestralen gebied op de PET-CT-scan en/of de simulator (stap 2)
CT-scan
Met behulp van dit onderzoek is het mogelijk het te bestralen gebied te bepalen. Bovendien kan de ligging van omringende gezonde weefsels worden bepaald. Bij behandeling van de longen wordt ook de beweging (door de ademhaling) van de tumor vastgelegd. De laborant tekent met een markeerstift de bestralingsvelden op uw huid of op het masker. Houd er met uw kleding rekening mee dat deze lijnen kunnen afgeven. Draag daarom tijdens dit onderzoek goed wasbare of oude kleding. Het is heel belangrijk dat de aangebrachte lijnen gedurende uw bestralingsbehandeling op uw huid blijven staan. Sommige belangrijke herkenningspunten worden daarom vastgelegd met een heel klein tatoeagepuntje.
Na het markeren wordt met behulp van een computer de bestraling berekend. Op deze manier kan er een uitspraak worden gedaan over de hoeveelheid straling (dosis) die in het te bestralen gebied en in de omringende gezonde weefsels komt. De dosis en de frequentie van bestralen worden verwerkt in uw bestralingsplan. Soms is bestraling niet mogelijk zonder blijvende schade aan het omringende gezonde weefsel toe te brengen. De radiotherapeut-oncoloog bespreekt dit dan met u.
Bij uw eerste bezoek krijgt u te horen of het nodig is bij u een scan te maken. De afspraak hiervoor ontvangt u tijdens uw eerste bezoek. In sommige gevallen wordt de scan aansluitend aan uw eerste bezoek gemaakt.
Soms is het nodig dat de scan met contrastmiddel wordt gemaakt om de aandoening beter zichtbaar te maken. De radiotherapeut-oncoloog bespreekt dit met u. Als een CT-scan met contrastmiddel gemaakt wordt, geldt voor u het volgende:
- U moet nuchter komen. Dat betekent dat u drie uur voor de CT-scan niet meer mag eten en drinken.
- Een medewerker Patiëntenservice plaatst vóór de CT-scan een infuusnaald in uw arm. Via het infuusslangetje wordt tijdens de CT-scan contrastmiddel toegediend.
Soms is er na de CT-scan nog een afspraak op de simulator nodig, omdat het niet altijd mogelijk is de bestralingsvelden direct aan te geven op uw huid of op het masker. Dit gebeurt dan alsnog, voorafgaand aan uw eerste bestraling.
Tijdens uw bestralingsbehandeling kan het voorkomen dat een tweede of derde CT-scan of simulatie nodig is om het te bestralen gebied te verkleinen of aan te passen.

Soms is het noodzakelijk dat u bij de CT-scan 3 uur nuchter bent; dit is dan al vermeld in de uitnodigingsbrief. Nadat een infuusnaaldje is geplaatst, kan de CT-scan met contrastvloeistof worden gemaakt.
PET-CT scan
De PET-CT is een combinatie apparaat waarbij voor de beeldvorming gebruik wordt gemaakt van zowel radioactieve stof (PET-deel) als röntgenopnamen (CT-deel). De radioactieve stof hecht zich aan lichaamscellen. Met beeldvormende camera’s wordt zichtbaar waar deze lichaamscellen zich bevinden zodat de radiotherapeut kan bepalen welk gebied bestraald moet worden.
Voor dit onderzoek kan het zijn dat u speciale voorbereidingen thuis moet treffen. Dit wordt vermeld in de uitnodigingsbrief of in de folder die u op de afdeling Radiotherapie meekrijgt.
Voorafgaand aan de scan vult u een vragenlijst in en wordt er een infuusnaaldje ingebracht. Hiermee wordt een beetje bloed afgenomen en wordt de radioactieve stof ingebracht. Ook kan het zijn dat u tijdens het maken van de CT scan röntgencontrast toegediend krijgt. Dit gebeurt indien de arts dit noodzakelijk acht.
Tijdens het maken van de scans ligt u op een tafel die langzaam door de PET-CT schuift. U ligt daarbij in de houding die nodig is om voor u een optimaal bestralingsplan te kunnen maken. Evenals bij een CT op de afdeling Radiotherapie worden ook bij de PET-CT lijnen aangetekend op het lichaam die van belang zijn bij de bestralingsbehandeling.Het maken van de opnames duurt ongeveer 45 minuten.
Simulator
De simulator is een röntgentoestel waarmee de laboranten doorlichten en röntgenfoto's maken. De simulator is geen bestralingstoestel, het bootst alleen de werking van het bestralingstoestel na. Met de gegevens, verkregen tijdens de simulatie, wordt het te bestralen gebied vastgesteld en het bestralingsplan gemaakt. In deze fase werken de radiotherapeut-oncoloog en de laboranten nauw samen om de bestralingsvelden op u aan te tekenen. De laborant tekent de bestralingsvelden op uw huid of op het masker met een markeerstift. Het is heel belangrijk dat de aangebrachte lijnen gedurende uw behandeling op uw huid blijven staan. Sommige belangrijke herkenningspunten worden daarom vastgelegd met een heel klein tatoeagepuntje.
De simulator kan ook gebruikt worden om voorafgaand aan de CT-scan de houding, waarin u bestraald gaat worden, te bepalen.
Omdat u heel stil moet blijven liggen is het ongewenst dat familie of begeleiders bij het aftekenen van het te bestralen gebied aanwezig zijn.
Het ontwerpen van een individueel bestralingsplan op maat met behulp van de computer (stap 3)
Voordat de bestraling plaats vindt, maakt de radiotherapeutisch laborant in overleg met de radiotherapeut-oncoloog uw bestralingsplan. In dit plan zorgen zij er voor dat het te bestralen gebied zo precies mogelijk bestraald wordt en dat het gezonde weefsel zo weinig mogelijk straling ontvangt. Voor het maken van uw bestralingsplan is het niet nodig dat u aanwezig bent. De tijd die nodig is voor de gehele procedure bedraagt veelal enkele werkdagen.
Afspraken tijdens de behandelperiode
Op de afdeling Radiotherapie wordt gewerkt met een grote verscheidenheid aan bestralingsschema’s, afhankelijk van de aandoening en het beoogde doel. Dit kan variëren van eenmalig tot dagelijks gedurende een aantal weken. Afhankelijk van het bestralingstoestel kent de afdeling Radiotherapie behandeltijden tussen 8.00-16.30 uur of tussen 8.00-21.30 uur. Het is niet mogelijk u elke dag op hetzelfde tijdstip te bestralen. U weet wel steeds minimaal 2 weken vooruit op welke momenten u wordt verwacht (onder voorbehoud). Als u zich een keer niet in staat voelt om te komen, neemt u dan via de laborant of via de medewerker Patiëntenservice contact op met uw arts. Zij kan dan met u overleggen of het beter is dat u toch komt of dat u bijvoorbeeld eerst contact opneemt met uw huisarts.
De bestralingstoestellen
Op de afdeling zijn meerdere bestralingstoestellen. Het zijn lineaire versnellers (linacs). Om het voor u gemakkelijk te maken te herkennen op welk toestel u wordt bestraald, zijn de linacs aangegeven met letters en kleuren: D, E, F, G, blauw en rood. Het soort straling afkomstig uit deze toestellen is in principe gelijk. De naam van het toestel waarmee u behandeld gaat worden, zegt niets over uw soort aandoening of de ernst daarvan. Verder heeft de afdeling een bestralingsapparaat (orthovolt) voor oppervlakkige bestralingen en een stereotactisch bestralingsapparaat.
De lineaire versneller (afgekort tot linac) is een bestralingstoestel waarin de straling wordt opgewekt. Het toestel is vrij groot. Tijdens de bestraling hoort u een zoemend geluid. De duur van de dagelijkse bestraling is over het algemeen kort, enkele minuten.
Het orthovoltapparaat is een bestralingstoestel waarin zich een röntgenbuis bevindt. Dit toestel wordt gebruikt om oppervlakkige aandoeningen, dat wil zeggen aandoeningen van de huid of dicht onder de huid, te behandelen. U hoort hierbij alleen de koeling van het toestel. De bestralingstijd varieert van 1 tot 9 minuten. Als u op dit toestel bestraald gaat worden, kunnen de berekening van de bestralingstijd en de controle direct worden gedaan. Een voorbereiding op de simulator is hierbij niet nodig.
De bestralingen
Als u voor de bestraling komt, meldt u zich bij het aangegeven bestralingstoestel. Daar doet u het UMCG-pasje in het daarvoor bestemde bakje. U kunt plaatsnemen in de wachtruimte en wordt opgeroepen door de laboranten.

Na een doorgaans korte wachtperiode wijst de laborant u een kleedkamer en krijgt u het UMCG-pasje terug. Daarna brengt hij/zij u naar de bestralingsruimte. De laboranten leggen u in de juiste houding, zoals bepaald bij de voorbereidingsstappen. Met behulp van laserlijnen en lichtbundels wordt het bestralingsveld nauwkeurig ingesteld. Als alle gegevens kloppen, verlaten de laboranten de ruimte en wordt het apparaat ingeschakeld. Intussen blijven de laboranten u goed in de gaten houden via camera's. Als u tijdens de bestraling moet hoesten, of er gebeurt iets anders waardoor u niet stil kunt blijven liggen, dan onderbreekt de laborant onmiddelijk de behandeling. De laborant kan dan direct bij u in de bestralingsruimte komen.
Na het verstrijken van de bestralingstijd schakelt het toestel automatisch uit. De laboranten komen dan opnieuw in de ruimte om, als dat bij u het geval is, de volgende bestralingvelden één voor één in te stellen. Soms kunnen de bestralingsvelden ingesteld worden vanuit de bedieningsruimte, zodat de laboranten tussen elk bestralingsveld niet in de ruimte hoeven te komen.
De straling zelf ziet of voelt u niet. Zoals al eerder genoemd is, wordt u door de bestraling niet radioactief.
Als de bestraling volledig is gegeven, gaat u weer van de tafel af.
Als u per taxi bent gekomen, kunt u zelf na de bestraling bij de informatiebalie bij ingangnummer 11 vragen om uw vervoer terug te bellen. U kunt daar in de hal op het vervoer wachten. Houdt u er rekening mee dat u ook hier meestal even moet wachten. Als de taxi na ongeveer een half uur nog niet is gearriveerd, vraagt u dan even bij de informatiebalie om nog een keer te bellen. Wanneer u per ambulance bent gekomen, zal een van onze medewerkers deze voor u bellen.

U ontmoet de laboranten iedere keer als u voor de bestraling komt. Voor u is het natuurlijk het prettigst wanneer u steeds door dezelfde laboranten geholpen wordt. Hoewel er organisatorisch wel naar gestreefd wordt, is dit niet altijd mogelijk.

